MechanicaMaat voor de buigstijfheid van een doorsnede rond een bepaalde as.
Het traagheidsmoment beschrijft hoe gunstig materiaal in een doorsnede is verdeeld ten opzichte van de buigas. Bij liggers bepaalt het samen met de elasticiteitsmodulus in sterke mate de doorbuiging.
MechanicaDoorsnede-eigenschap waarmee buigspanning uit moment kan worden bepaald.
Het weerstandsmoment koppelt een buigend moment aan de spanning in de uiterste vezel van de doorsnede. Het is daarmee een praktische waarde bij de eerste profielkeuze.
BelastingenBelasting per strekkende meter, bijvoorbeeld kN/m op een ligger.
Een lijnlast ontstaat vaak door een vlakbelasting om te rekenen naar een belasting op een balk of ligger. Denk aan een vloerbelasting die via een belastingbreedte op een enkele ligger terechtkomt.
BelastingenBelasting die op een relatief kleine plek op een constructie werkt.
Een puntlast is een geconcentreerde kracht, bijvoorbeeld door een kolom, wielbelasting, oplegging of plaatselijke overdracht van een ligger.
MechanicaKracht die een steunpunt levert om een ligger of constructiedeel in evenwicht te houden.
Oplegreacties zijn nodig voor de controle van opleggingen, kolommen, wanden en funderingen. Ze volgen uit evenwicht van krachten en momenten.
BruikbaarheidVervorming van een ligger of vloer onder belasting.
Doorbuiging is vaak maatgevend bij lichte of slanke constructies. Een onderdeel kan sterk genoeg zijn en toch te veel vervormen voor normaal gebruik.
VeiligheidUiterste grenstoestand: controle op veiligheid en bezwijken.
In de UGT worden belastingen met veiligheidsfactoren vergroot. Deze controle is bedoeld om te beoordelen of een constructie voldoende weerstand heeft tegen bezwijken.
BruikbaarheidControle op vervorming, scheuren, trillingen en normaal gebruik.
In de BGT kijk je naar het gedrag tijdens normaal gebruik. Het onderdeel bezwijkt niet, maar kan wel te veel doorbuigen, trillen of scheuren.
MateriaalMateriaaleigenschap die aangeeft hoe stijf een materiaal elastisch reageert.
De elasticiteitsmodulus bepaalt samen met het traagheidsmoment de buigstijfheid van een ligger. Staal, beton en hout hebben duidelijk verschillende E-waarden.
BetonAfstand tussen buitenzijde beton en buitenzijde wapening.
Betondekking beschermt wapening tegen corrosie en brand en zorgt dat krachten goed kunnen worden overgedragen. De benodigde dekking hangt af van milieuklasse, uitvoering en levensduur.
BetonVerhouding tussen hoeveelheid wapening en betondoorsnede.
Het wapeningspercentage geeft gevoel bij de hoeveelheid staal in beton. Het helpt om te beoordelen of een doorsnede logisch, uitvoerbaar en controleerbaar is.
BetonLengte die wapening nodig heeft om krachten aan beton over te dragen.
Verankeringslengte zorgt dat de trekkracht in wapening veilig kan worden overgedragen naar het beton. Zonder voldoende verankering kan wapening niet volledig worden benut.
StabiliteitVerhouding die aangeeft hoe gevoelig een element is voor knik of vervorming.
Slanke kolommen, liggers en wanden zijn gevoeliger voor instabiliteit. Naast sterkte spelen randvoorwaarden, steunpunten en zijdelingse stabilisatie dan een grote rol.
StaalInstabiliteit waarbij een ligger zijdelings uitbuigt en verdraait.
Kip treedt vooral op bij slanke stalen liggers waarvan de drukflens onvoldoende zijdelings is gesteund. Het profiel kan dan instabiel worden voordat de normale buigsterkte is bereikt.
DetailleringLengte waarover een ligger, balk of latei op een steunpunt rust.
De opleglengte bepaalt mede de drukspanning in het oplegmateriaal en de praktische uitvoerbaarheid. Bij bestaande bouw is de werkelijke oplegging vaak een belangrijk controlepunt.
BetonLokale bezwijkvorm rond een geconcentreerde last of kolom in een betonplaat.
Pons is een lokale dwarskrachtcontrole bij platen en poeren. Rond een kolom of puntlast kan een kegelvormig bezwijkmechanisme ontstaan.
BetonBreedte van scheuren in beton onder gebruiksbelasting.
Scheurwijdte is een BGT-controle voor beton. Gewapend beton mag scheuren, maar de scheuren moeten binnen aanvaardbare grenzen blijven voor duurzaamheid en gebruik.
BelastingenOphoping van regenwater op een dak door vervorming, opstanden of verstopte afvoer.
Wateraccumulatie kan leiden tot een zichzelf versterkend effect: water veroorzaakt doorbuiging, waardoor nog meer water kan blijven staan.
BelastingenBreedte van een vlak waarvan de belasting naar een ligger of balk wordt afgedragen.
De belastingbreedte bepaalt hoeveel vlakbelasting op een lijnvormig element terechtkomt. Daarmee is het een sleutelbegrip bij het omrekenen naar lijnlast.
BelastingenRepresentatieve belastingwaarde voordat veiligheidsfactoren worden toegepast.
Karakteristieke belastingen worden vaak aangeduid als Gk voor permanente belasting en Qk voor veranderlijke belasting. Ze vormen de basis voor belastingcombinaties.
MechanicaInwendige werking die een ligger of doorsnede wil buigen.
Het buigend moment is een van de belangrijkste grootheden bij liggers, vloeren en balken. Het bepaalt samen met de doorsnede hoeveel buigspanning ontstaat en hoeveel wapening of profielcapaciteit nodig is.
MechanicaInwendige kracht loodrecht op de lengte-as van een ligger of element.
Dwarskracht is belangrijk bij liggers, balken, vloeren en opleggingen. Waar moment vaak in het veld maatgevend is, is dwarskracht vaak hoog dicht bij steunpunten of puntlasten.
MechanicaSpanning in een doorsnede door een buigend moment.
Buigspanning ontstaat wanneer een element buigt. De ene zijde van de doorsnede komt op druk, de andere op trek. De grootte hangt af van het moment en het weerstandsmoment.
MechanicaKracht in de lengterichting van een staaf, kolom, wand of profiel.
Normaalkracht werkt langs de as van een constructieonderdeel. Het kan gaan om druk, zoals in een kolom, of trek, zoals in een trekstaaf of verankering.
StabiliteitInstabiliteit van een drukelement waarbij het zijdelings uitbuigt.
Knik kan optreden bij slanke elementen onder druk. Het element bezwijkt dan niet omdat de drukspanning te hoog is, maar omdat het instabiel wordt.
DetailleringLokale drukspanning onder een ligger, balk, latei of oplegplaat.
Oplegdruk ontstaat doordat een oplegreactie via een beperkte opleglengte en oplegbreedte wordt overgedragen. Vooral metselwerk, hout en bestaande constructies zijn hier gevoelig voor.
BelastingenVeranderlijke belasting door sneeuw op een dak of constructie.
Sneeuwbelasting is een veranderlijke belasting die vooral bij daken maatgevend kan zijn. Dakvorm, helling, ophoping en gebouwlocatie bepalen hoe de belasting wordt toegepast.
BelastingenBelasting door winddruk en windzuiging op gevels, daken en constructies.
Windbelasting werkt op gebouwvlakken en kan druk, zuiging en stabiliteitskrachten veroorzaken. Vooral gevels, dakranden, lichte daken en stabiliteitssystemen zijn gevoelig.
BetonIndeling van de omgeving waarin beton wordt toegepast.
De milieuklasse bepaalt welke aantasting beton en wapening kunnen verwachten. Daarmee heeft de milieuklasse invloed op betondekking, betonkwaliteit en duurzaamheid.
BruikbaarheidToename van vervorming in de tijd onder langdurige belasting.
Kruip betekent dat een materiaal onder aanhoudende belasting langzaam verder vervormt. Het speelt vooral bij beton en hout een belangrijke rol in de BGT.